menu

Bevruchting

Om een eicel te kunnen bevruchten, moeten de spermacellen van de man deze eerst bereiken. Dat lukt ze lang niet allemaal. Slechts een klein deel bereikt de eileiders en probeert daar de eicel in te komen. Wanneer dit gebeurt, is er sprake van bevruchting. De genen van beide partners worden met elkaar vermengd, waarna de bevruchte cel zich gaat delen en zich innestelt in de baarmoederwand.


Van zaadcel naar eicel

Er komen 20 miljoen spermacellen in het lichaam van de vrouw terecht wanneer een man ejaculeert. Een paar honderd van deze cellen bereiken in ongeveer 30 minuten het begin van de eileiders. Het kost hen vervolgens nog eens 5 tot 10 minuten om ook daadwerkelijk bij de eicel in de buurt te komen. Tegen die tijd zijn er nog maar zo'n 100 zaadcellen over.

Meerlingen

Als een zaadcel in de eicel terecht is gekomen, kunnen er normaal gesproken geen andere cellen meer bij. Heel soms gebeurt dat wel. Dan ontstaat er een identieke meerling. Deze embryo’s hebben precies hetzelfde genetische materiaal.

Het kan ook zijn dat er zich in de eileider van de vrouw meerdere rijpe eicellen bevinden. Als deze beiden bevrucht worden, is er eveneens sprake van een meerling. Deze embryo’s zijn niet identiek: ze hebben verschillende genen en verschillen daardoor van elkaar zoals broers en zussen.

Genen en innesteling

Als een zaadcel zich in een eicel bevindt, versmelten de chromosomen van de vrouw met die van de man. Beiden partners leveren dus de helft van de genen. Vervolgens gaat de bevruchte cel zich delen en verplaatst hij zich naar de baarmoeder.

In de baarmoeder nestelt het embryo zich in de baarmoederwand. Het hormoon progesteron bereidt de baarmoeder daarop voor. Als het embryo een chromosomale afwijking heeft, komt de zwangerschap rond de innesteling tot een einde. Dit kan ook gebeuren als de vrouw last heeft van stress of haar baarmoeder niet geschikt is voor innesteling door bijvoorbeeld littekens.


 

facebooklinkedintwitteremail

nieuws

tweets